Einsteins motivatie tot opdoen van kennis

Einstein

Een vrije interpretatie van Einstein’s ‘Mijn Kijk Op Het Leven’ tot het opdoen van kennis middels het volgen van een opleiding MoneySchool.

We zijn korte tijd op aarde en proberen alleen en met anderen gelukkig te zijn.  Niet afhankelijk zijn kan en zal hiertoe bijdragen. Dat kan in soberheid, zelfs bij voorkeur, ook al is die voorkeur uiteraard gerelateerd aan eigen ethiek. En, filosofisch gezien, zijn we als mens niet vrij. Iedereen handelt immers onder uiterlijke druk maar ook vanuit innerlijke noodzaak.  Verantwoordelijkheidsgevoel?  Laat verantwoordelijkheid niet verlammend werken.  Vragen naar de zin of het doel van het eigen bestaan is objectief gezien zinloos. Wel geven bepaalde idealen richting in het streven en oordelen. Zo zijn “welbehagen” en “geluk” nooit doelen op zich. Voorbeelden van idealen: goedheid, schoonheid, waarheid en overeenstemming met gelijkgestemden, zonder altijd uitsluitend met het beroepsmatige objectieve en coachende bezig te zijn. In alle geval zijn luxe, bezit, uiterlijk succes banale doelen van de menselijke ambitie. Daarbij wil een hartstochtelijk gevoel voor sociale vaardigheid en sociaal engagement niet zeggen dat men zich bij mensen en menselijke gemeenschappen moet aansluiten. Er zijn immers grenzen aan de communicatie en de overeenstemming met andere mensen.  Wat ook nodig is om ook wat dat betreft de nodige onafhankelijkheid te kunnen bereiken.  Ieder moet zijn onafhankelijke mening, gewoonte, oordelen kunnen hebben, maar men mag niet in de verleiding komen zijn evenwicht te laten afhangen van de wankele basis van de gewoontes en (voor-) oordelen van andere mensen. Gemeenschappen zijn ook meer geneigd zich door verantwoordelijkheidsgevoel en geweten te laten leiden dan individuen. En iedereen dient te worden gerespecteerd, niemand mag worden aanbeden.  Alleen een scheppend en voelend individu, een persoonlijkheid creëert het edele en subtiele, terwijl de ‘kudde’ als zodanig stompzinnig blijft in haar denken en voelen.

Er is nagenoeg positivisme in de mensheid, als het gezond verstand maar niet systematisch door lieden met politieke en zakelijke belangen, door onderwijs, pers en vakbond gecorrumpeerd zou worden.

Geld en rijkdom mag niet leiden tot egoïsme, verleiden of misbruik.

Wij zijn uiteraard ook product van gemeenschap, die er reden van is dat we ons onderscheiden van de dieren: die geven niks door behalve hun instinct.  Hetgeen wij doorgekregen hebben in onze evolutie, komt van scheppende individuen: vuur, het wiel, planten kweken, stomen, …

Creatieve, zelfstandige denkende en oordelende persoonlijkheden zorgen voor de ontwikkeling van de maatschappij en de individuele persoonlijkheid.  In een gezonde maatschappij is er een goede band tussen de zelfstandigheid van individuen en de nauwe sociale band met elkaar.  Leiderschap is geëvolueerd naar organisatietalent.

Tegenwoordig heeft de ontwikkeling van economie en techniek het individu zwaar onder druk gezet.  Alleen verdeling van werk zal leiden tot materiële zekerheid bij de individuen, wat kan leiden tot benutten van vrije tijd en van ontwikkeling van persoonlijkheid.  Streven naar begrip, productieve en receptieve geestelijke arbeid verheft en verrijkt de mens.

Cursussen zoals Moneyschool leveren een vorm van geestelijke hygiëne!

Het zou pas bewonderenswaardig zijn wanneer het verlangen naar waarheid ieder ander verlangen zou overwinnen. Met onweerstaanbare helderheid wordt aangetoond hoe onlosmakelijk de instincten van strijd en vernietiging in de menselijke geest verbonden zijn met die van liefde en optimistische levensinstelling.

Maar van veel mensen is de wil verlamd door smartelijke berusting!

Beter is te verworden tot ‘om hun prestaties gewaardeerde persoonlijkheden’ die zich niet zoals anderen uitsluitend laten misleiden door verlangens,  maar hun kritisch oordeel dragen op verantwoordelijkheidsgevoel, kennis en inzicht.

Specifiek wat uw welvaartstoestand betreft:

U kan de ogen niet sluiten voor het feit dat er zonder inspanning geen zicht zal komen op een verbetering van de wellicht troosteloze toestand van uw vermogen. Sluit u daarom aan bij de kleine groep van mensen die tot radicale oplossingen bereid zijn, vergeleken met de massa die besluiteloos is en zich laat misleiden. Diegenen die belang hebben bij de instandhouding van hun geldvergaringsmachine schuwen geen enkel middel om de publieke opinie aan hun verwerpelijke doelen te onderwerpen.

Het lijkt er wel op dat de huidige regeringsleiders pogingen doen om de op hebzucht gebaseerde losbandigheid door het invoeren van regels in te tomen, maar de niet aflatende houding van de bankiers en hun lobbyisten toont al te duidelijk aan dat zij niet zijn opgewassen tegen dit soort elite dat zich steeds weer boven de regels weet te stellen. Daardoor kunnen de overheden niet anders dan telkens weer een overlevingsbasis te voorzien, want de gebeurtenissen van de laatste decennia tonen aan dat ‘externe factoren’ zoals bank en geldcrisissen telkens opnieuw hun beleidsprogramma’s doorkruisen en zich niet kunnen veroorloven te verzaken aan de ‘miljardensteun’ die acuut nodig is.

De verandering moet dus komen van het individu zelf: men kan alleen welvarend dus financieel onafhankelijk worden als men zelf initiatief neemt. Men moet zich vastbesloten inzetten voor volledige financiële onafhankelijkheid wanneer men wil vermijden uitsluitend nog te kunnen overleven of verder te bestaan op basis van overheidssteun. Een naïviteit die zich niet actief van de idee van de ‘overlevingsvoorziening’ van de overheid distantieert, is nefast voor financiële onafhankelijkheid. Moge uw geweten en gezond verstand levend worden, zodat u de juiste stappen kan zetten naar financiële onafhankelijkheid.

Uw eerste stap is dan ook kennis opdoen en inzicht verwerven, zodat u aan de hand daarvan de juiste beslissingen kan nemen op uw gekozen weg naar financiële onafhankelijkheid. MoneySchool is daarbij de ideale start.

Advertenties

Motivatie tot bedrijfsstructurering voor partners cfr. wetgeving

Motivatie tot (re-)organisatie van professionele activiteiten en de betrokkenheden en consequenties ervan.

Naar aanleiding van het economisch realistisch en verantwoord ondernemen, behoeft het geen betoog dat men niet alleen actief moet zijn in zijn professionele werkomgeving, doch ook gerichte aandacht moet hebben voor de manier waarop de werksituatie werd/wordt georganiseerd en voor de mogelijke consequenties ervan zowel naar de privésituatie als naar de professionele situatie zelf. Het is daarbij duidelijk dat een te onbaatzuchtig omgaan met de relatie tussen de werksituatie en de privésituatie ongetwijfeld kan leiden tot een vast te stellen slecht beheer door een gebrek aan het nemen van zijn verantwoordelijkheid wat dat betreft.   Immers, niet uitsluitend maar daarom niet minder belangrijk is de positie en/of betrokkenheid van de partners die voor het goede begrip samenlevingspartner of zakenpartner kunnen zijn, wat zich zowel in de privé-situatie als in de professionele situatie kan en/of zal voordoen en/of reeds voordoet.

De actuele maatschappelijk/economische situatie van stringent wijzigende fiscale regelgeving, zonder dit evenwel dystopisch te willen duiden, en de zich verder ontwikkelende  ondernemersverantwoordelijkheden, waar men heden ten dage op kan en/of zal aangesproken worden, nopen een doordacht optreden teneinde op alle vlakken de juiste keuzes te maken, en dit bij aandrang gebaseerd op geargumenteerde en na analyse geformuleerde motieven, die zich embedded weten in een duidelijk, gebalanceerd en onverstoorbaar respect voor alle betrokkenheden.

In concreto onderscheiden we vooreerst het belang van het privévermogen dat middels specifieke samenlevingsvermogensrechtelijke modaliteiten haar regeling kent, en als dusdanig dient afgescheiden te worden van alles wat dan ook, dat om welke reden dan ook vanwege een professionele betrokkenheid negatief zou kunnen worden beïnvloed.  Dat betekent dat alle aanspraken die vanuit de ‘ondernemersrisicosfeer’ van de professionele situatie zouden kunnen gericht worden op de privésituatie en, erger nog in dat geval, rechten zouden kunnen uitoefenen met directe impact op het privévermogen zelf, dienen te worden vermeden.  Uiteraard staat dit los van bewust menselijk falen.

Zo zal een gekozen huwelijksvermogensstelsel er immers voor kunnen zorgen dat in dat geval de huwelijkspartner automatisch mede eigenaar is/wordt van de aandelen van de na het huwelijk opgerichte vennootschap(pen). Het loutere ontstaan van deze parafernalia vrijwaart de betrokkenheid van de andere partner geenszins van de  verplichting dit niet tot een onverkwikkelijke situatie te laten verworden, en in de context van een samenlevingssfeer onnodig gechicaneer te vermijden.  Anderzijds zijn beide huwelijkspartners in hun vastgestelde betrokkenheid gehouden tot het normaal beheer van hun, in dat geval, gezamenlijk privévermogen. Hier geen gepaste aandacht aan geven, zou wellicht kunnen leiden tot de vaststelling dat zoals bij elke dichotomie, ook deze van het onderscheid tussen geen beheer en normaal beheer een grove simplificatie van de realiteit zou kunnen zijn.  Op dezelfde wijze wil vermeden worden dat de eigen interpretatie van wat normaal beheer inhoudt of dient te houden, tot een ambiguïteit zou kunnen leiden, ook al kunnen er geen legale referentiële parameters worden aangewezen, zelfs als dit gebeurt met de nodige omzichtigheid en voorzorg zoals die kan worden verondersteld bij anderen die zich in een gelijkaardige situatie bevinden.

Anderzijds spreekt het voor zich dat de niet in de economische activiteit van de exploitatievennootschappen betrokken partner, zich ook niet betrokken wil of moet weten in de uitvoering van de economische activiteit van die exploitatievennootschappen  zelf;  dat is evident en al zeker vanwege het risicoaspect dat eigen is aan het ondernemerschap in het algemeen. Uitsluitend het vermogensaspect zowel naar het ontstaan als naar het benutten van de (financiële) mogelijkheden ervan,  zal onderwerp zijn van de betrokkenheid.  Dit wordt dan ook bij voorkeur en zoals gebruikelijk gekanaliseerd naar het niveau van een – eventueel nog op te richten –  holding, waar beide in dat geval huwelijkspartners conform hun gekozen huwelijksstelsel, hun evenwaardige eigenaarspositie verwerven. En hoewel dit in de uiteindelijke aandelenverdeling geen rekenkundig vaststelbare vergelijking behoeft te zijn, is er anderszins geen wezenlijk bezwaar dit alsnog zo te regelen van bij de oprichting ervan.  Hoe dan ook zijn beide partners dan ten volle gerespecteerd in hun concrete en rechtsgeldige mogelijkheid de belangen van hun gestichte familie te behartigen en te vrijwaren in het voordeel van die familie, zonder dat dit een beletsel zou kunnen uitmaken in de vrijheid die de beide partners behouden tot het uitoefenen van een of hun professionele activiteit, onder welke vorm dan ook.  Daarenboven zorgt deze ‘centralisatiestructuur’ als geen ander voor de daadwerkelijke beheermogelijkheid van de middelen die er in terecht komen.  Dat dit geen spitsvondig feitencomplex betreft, is ondertussen tot aanvaard gemeengoed verworden, temeer daar het juist voor de nodige duidelijkheid en transparantie zorgt zoals moge blijken bij diverse anderen die zich op deze vorm van beheer reeds hebben beroepen, en waarbij dit even ontegensprekelijk niet valt onder de interpretatie van ‘volstrekt kunstmatige constructies’, juist door de wezenlijke motieven die in deze worden geduid, en door het gebrek van een hanteerbaar alternatief dat op dezelfde wijze een antwoord kan bieden aan de invulling van deze situatie, tenminste wanneer rekening moet worden gehouden met de aangebrachte elementen ervan.

Nog duidelijker zal dit worden wanneer een investeringsintentie bijvoorbeeld in onroerend goed voor de realisatie ervan in de holding, beroep zal gedaan worden op externe kredietverstrekking, en waarbij het beheer van de mogelijke reserves op niveau van de holding zal kunnen afgeschermd worden en zijn van de economische risico’s in de exploitatievennootschappen die ze genereren.

Dit in herhaling in de motiverende bewoordingen onderbrengen vindt haar oorsprong in het feit dat de daadwerkelijke economische activiteit niet uitsluitend door de betrokkene alleen uitgevoerd wordt doch samen met derden, en  het derhalve een logische stap inhoudt hetgeen voor de betrokkenen als reserve uit de risicosfeer van de exploitatievennootschap kan gehaald worden over te hevelen naar de in dat geval  holding die als ‘beheervennootschap’ van de middelen zal optreden.

In het kader van het uitwerken van een goed doordachte structuur neemt men dan als voor zich sprekend de intentie om deze zodanig in te stellen, dat er een optimale situatie ontstaat om nieuw op te starten activiteiten onder dezelfde filosofie te kunnen laten ressorteren, ook een eventuele beëindiging van activiteiten, zonder dat de voor de gekozen structuur genomen standpunten enige wijziging zouden moeten ondergaan, die een totaalverandering in de organisatie als gevolg zou kunnen hebben.

Last but not least wordt dit eveneens gekaderd in de overtuigende intentie  om middels economische activiteiten en de betrokkenheid hiervan,  het voortbestaan van het ondertussen te realiseren dan wel gerealiseerd familiaal bedrijf en vermogen als normaal te kunnen blijven behartigen, losgekoppeld van de feitelijkheid van eventualiteiten die zich kunnen en zullen kunnen voordoen, zo verwachte als onverwachte.   Alleen op die manier zal er goedkeurend vastgesteld kunnen worden dat de organisatie-intentie ook de veronderstelde aandacht voor de langere termijn heeft geïncorporeerd, waarbij in dat geval uit te werken plannen nog steeds onverkort zullen kunnen worden uitgevoerd, zonder dat het invullen van die plannen de normale werking en instandhouding van exploitatieactiviteiten zou kunnen verhinderen.

Dit standpunt zal in de organisatie een parallelle invulling kennen door voor het beheer een apart orgaan in te schakelen, waarbij deskundigheid en praktische know how gebundeld worden in dienst van correct voeren van zaakvoerderschap en dienstverlening als in te vullen posities en verantwoordelijkheden tussen, met en voor de diverse ingestelde entiteiten.

Bij wijze van herhalende samenvatting:

  • Professionele betrokkenheid structureren in het volle respect van samenlevings- vermogensrechtelijke positie
  • De betrokkenheid van de partner als gevolg van het vorige punt zodanig organiseren dat die hoewel betrokken in de vermogensconsequentie ervan, op geen enkele manier kan of zal betrokken zijn in de uitvoering van de professionele taken die onder verantwoordelijkheid van de andere vallen
  • De persoonlijke verantwoordelijkheid risico-technisch afbakenen van zowel het vermogensaspect als van het economisch risico-aspect als van het beroepsaspect waarin betrokken
  • De specifieke beroepssituatie en meer bepaald de samenwerkingsvorm ervan absoluut vrijwaren door het onderscheid te maken tussen het bestuursmatig niveau en het uitvoeringsniveau
  • Abstractie maken van de mogelijke vermogensconsequenties die jouw persoonlijke situatie aanbelangen bij mogelijke al dan niet te verwachten negatieve gebeurtenissen in de risico-vennootschap
  • Vehikel waardoor je als koppel kan investeren
  • Oprichten van bijkomende werkvennootschappen is eenvoudiger/goedkoper
  • Afscherming van het risico van de werkvennootschappen
  • Oprichten andere vennootschappen is eenvoudiger/goedkoper
  • Eenvoudig om geld te lenen aan andere vennootschappen
  • Kapitaalsverhoging van een exploitatievennootschap kan eenvoudiger
  • Afschermen van het risico (mogelijke oprichting risicovollere business vb horeca, eventsector)
  • Flexibel kunnen omgaan met vermogen na en/of door een huwelijk
  • Flexibel om derden in het exploitatieproces te kunnen inschakelen
  • Flexibel om eventuele kinderen in het bedrijfsmatig proces op te nemen
  • Successieplanning: mogelijk zonder dat activiteiten moeten stoppen

Als je succes nastreeft

Als je succes nastreeft en je dromen wil realiseren, volstaat het niet alleen ze te formuleren,  er boeken over te lezen en een cursus te volgen over hoe ze te bereiken.  Je zal actie moeten ondernemen. Al de technieken consequent omzetten in de dagelijkse praktijk. Net zo lang tot het een gewoonte, een houding is.

Maakt kennis macht? Neen, alleen toegepaste kennis maakt macht. Maar iets kennen en weten op zich is dus niet belangrijk!  Wel het kunnen toepassen als automatisme. Leren doe je niet om iets te onthouden, maar wel om iets niet te vergeten.

Men ziet de wereld niet zoals die is, maar zoals men hem ziet, nl. hoe men geconditioneerd is om te zien.  Daarom moet iedereen basisprincipes leren om als ontwikkelde persoon(lijkheid) de wereld te zien zoals die werkelijk is.

Wees de beste die je kan zijn, omdat je dat wil. Wil je geleefd worden of wil je zelf keuzes kunnen maken? Verander daarom ten beste.  Veranderen is moeilijk maar als beloning voor die inspanning word je meer jezelf dan ooit tevoren.

Heb geduld, alle dingen zijn moeilijk voordat ze gemakkelijk worden. (Saadi).

Veel succes !

Peter Verbeeck

Vermogenscoach