Statusangst en vloeibaarheid.

Marcel Proust schreef ooit na kritiek op zijn literair werk: “Ik voelde mij totaal verslagen en ontnuchterd; als een vloeistof die de maat van de vaas aanneemt waar men haar heeft ingegoten, nadat hij eerst was uitgedijd om de onmetelijke ruimten van het genie op te vullen, nu geheel en al terug binnen de grenzen van de middelmatigheid…”

In welke vaas word jij gegoten, welke vaas hanteert jouw bankier?

Het overkomt ons allemaal: we zijn sterk afhankelijk van andermans oordeel. Daarom juist is ook die ‘vloeibaarheid’ onze kracht om ons te wapenen en onmiddellijk in onze ‘eigen vaas’ te gieten.  Onze eigenwaarde is altijd verbonden met wat anderen van ons vinden, maar dat alleen mag niet bepalend zijn.
Vroeger was het eenvoudig: je was een knecht, je moest je geen zorgen maken over je innerlijke waarde en status. Je voelde je niet minderwaardig. Maar in onze moderne democratie is iedereen gelijk en dan is het kleinste verschil onmiddellijk veel! En als iedereen gelijk is geraakt de innerlijke waarde gelijkgeschakeld met uiterlijke status. En daardoor kan een compliment ons doen opbloeien, maar de minste kritiek ons in elkaar doen krimpen. Statusangst dus.

Hoe daar mee om te gaan?

Niet door te denken dat ons ego door onszelf te objectiveren valt. Dat lukt overigens toch niet. Hierdoor krijgt men immers zelfhaat en zelfoverschatting. Wel door uit het vorige te leren. Ons innerlijke is veel flexibeler en onze eigen waarde en uiterlijke waarde zijn twee onvergelijkbare grootheden.

Zelfkennis is het besef dat we onze eigen waarde nooit helemaal kunnen bepalen. En dat, als objectieve maatstaf, is juist het begin van een rijker zelfbesef.

Poëtisch inzicht: voor mezelf ben ik tegelijkertijd eindeloos groot en eindeloos klein, en alles wat daar tussen ligt. Ik ben dus niet middelmatig maar onmeetbaar!

Advertenties