Motivatie tot bedrijfsstructurering voor partners cfr. wetgeving

Motivatie tot (re-)organisatie van professionele activiteiten en de betrokkenheden en consequenties ervan.

Naar aanleiding van het economisch realistisch en verantwoord ondernemen, behoeft het geen betoog dat men niet alleen actief moet zijn in zijn professionele werkomgeving, doch ook gerichte aandacht moet hebben voor de manier waarop de werksituatie werd/wordt georganiseerd en voor de mogelijke consequenties ervan zowel naar de privésituatie als naar de professionele situatie zelf. Het is daarbij duidelijk dat een te onbaatzuchtig omgaan met de relatie tussen de werksituatie en de privésituatie ongetwijfeld kan leiden tot een vast te stellen slecht beheer door een gebrek aan het nemen van zijn verantwoordelijkheid wat dat betreft.   Immers, niet uitsluitend maar daarom niet minder belangrijk is de positie en/of betrokkenheid van de partners die voor het goede begrip samenlevingspartner of zakenpartner kunnen zijn, wat zich zowel in de privé-situatie als in de professionele situatie kan en/of zal voordoen en/of reeds voordoet.

De actuele maatschappelijk/economische situatie van stringent wijzigende fiscale regelgeving, zonder dit evenwel dystopisch te willen duiden, en de zich verder ontwikkelende  ondernemersverantwoordelijkheden, waar men heden ten dage op kan en/of zal aangesproken worden, nopen een doordacht optreden teneinde op alle vlakken de juiste keuzes te maken, en dit bij aandrang gebaseerd op geargumenteerde en na analyse geformuleerde motieven, die zich embedded weten in een duidelijk, gebalanceerd en onverstoorbaar respect voor alle betrokkenheden.

In concreto onderscheiden we vooreerst het belang van het privévermogen dat middels specifieke samenlevingsvermogensrechtelijke modaliteiten haar regeling kent, en als dusdanig dient afgescheiden te worden van alles wat dan ook, dat om welke reden dan ook vanwege een professionele betrokkenheid negatief zou kunnen worden beïnvloed.  Dat betekent dat alle aanspraken die vanuit de ‘ondernemersrisicosfeer’ van de professionele situatie zouden kunnen gericht worden op de privésituatie en, erger nog in dat geval, rechten zouden kunnen uitoefenen met directe impact op het privévermogen zelf, dienen te worden vermeden.  Uiteraard staat dit los van bewust menselijk falen.

Zo zal een gekozen huwelijksvermogensstelsel er immers voor kunnen zorgen dat in dat geval de huwelijkspartner automatisch mede eigenaar is/wordt van de aandelen van de na het huwelijk opgerichte vennootschap(pen). Het loutere ontstaan van deze parafernalia vrijwaart de betrokkenheid van de andere partner geenszins van de  verplichting dit niet tot een onverkwikkelijke situatie te laten verworden, en in de context van een samenlevingssfeer onnodig gechicaneer te vermijden.  Anderzijds zijn beide huwelijkspartners in hun vastgestelde betrokkenheid gehouden tot het normaal beheer van hun, in dat geval, gezamenlijk privévermogen. Hier geen gepaste aandacht aan geven, zou wellicht kunnen leiden tot de vaststelling dat zoals bij elke dichotomie, ook deze van het onderscheid tussen geen beheer en normaal beheer een grove simplificatie van de realiteit zou kunnen zijn.  Op dezelfde wijze wil vermeden worden dat de eigen interpretatie van wat normaal beheer inhoudt of dient te houden, tot een ambiguïteit zou kunnen leiden, ook al kunnen er geen legale referentiële parameters worden aangewezen, zelfs als dit gebeurt met de nodige omzichtigheid en voorzorg zoals die kan worden verondersteld bij anderen die zich in een gelijkaardige situatie bevinden.

Anderzijds spreekt het voor zich dat de niet in de economische activiteit van de exploitatievennootschappen betrokken partner, zich ook niet betrokken wil of moet weten in de uitvoering van de economische activiteit van die exploitatievennootschappen  zelf;  dat is evident en al zeker vanwege het risicoaspect dat eigen is aan het ondernemerschap in het algemeen. Uitsluitend het vermogensaspect zowel naar het ontstaan als naar het benutten van de (financiële) mogelijkheden ervan,  zal onderwerp zijn van de betrokkenheid.  Dit wordt dan ook bij voorkeur en zoals gebruikelijk gekanaliseerd naar het niveau van een – eventueel nog op te richten –  holding, waar beide in dat geval huwelijkspartners conform hun gekozen huwelijksstelsel, hun evenwaardige eigenaarspositie verwerven. En hoewel dit in de uiteindelijke aandelenverdeling geen rekenkundig vaststelbare vergelijking behoeft te zijn, is er anderszins geen wezenlijk bezwaar dit alsnog zo te regelen van bij de oprichting ervan.  Hoe dan ook zijn beide partners dan ten volle gerespecteerd in hun concrete en rechtsgeldige mogelijkheid de belangen van hun gestichte familie te behartigen en te vrijwaren in het voordeel van die familie, zonder dat dit een beletsel zou kunnen uitmaken in de vrijheid die de beide partners behouden tot het uitoefenen van een of hun professionele activiteit, onder welke vorm dan ook.  Daarenboven zorgt deze ‘centralisatiestructuur’ als geen ander voor de daadwerkelijke beheermogelijkheid van de middelen die er in terecht komen.  Dat dit geen spitsvondig feitencomplex betreft, is ondertussen tot aanvaard gemeengoed verworden, temeer daar het juist voor de nodige duidelijkheid en transparantie zorgt zoals moge blijken bij diverse anderen die zich op deze vorm van beheer reeds hebben beroepen, en waarbij dit even ontegensprekelijk niet valt onder de interpretatie van ‘volstrekt kunstmatige constructies’, juist door de wezenlijke motieven die in deze worden geduid, en door het gebrek van een hanteerbaar alternatief dat op dezelfde wijze een antwoord kan bieden aan de invulling van deze situatie, tenminste wanneer rekening moet worden gehouden met de aangebrachte elementen ervan.

Nog duidelijker zal dit worden wanneer een investeringsintentie bijvoorbeeld in onroerend goed voor de realisatie ervan in de holding, beroep zal gedaan worden op externe kredietverstrekking, en waarbij het beheer van de mogelijke reserves op niveau van de holding zal kunnen afgeschermd worden en zijn van de economische risico’s in de exploitatievennootschappen die ze genereren.

Dit in herhaling in de motiverende bewoordingen onderbrengen vindt haar oorsprong in het feit dat de daadwerkelijke economische activiteit niet uitsluitend door de betrokkene alleen uitgevoerd wordt doch samen met derden, en  het derhalve een logische stap inhoudt hetgeen voor de betrokkenen als reserve uit de risicosfeer van de exploitatievennootschap kan gehaald worden over te hevelen naar de in dat geval  holding die als ‘beheervennootschap’ van de middelen zal optreden.

In het kader van het uitwerken van een goed doordachte structuur neemt men dan als voor zich sprekend de intentie om deze zodanig in te stellen, dat er een optimale situatie ontstaat om nieuw op te starten activiteiten onder dezelfde filosofie te kunnen laten ressorteren, ook een eventuele beëindiging van activiteiten, zonder dat de voor de gekozen structuur genomen standpunten enige wijziging zouden moeten ondergaan, die een totaalverandering in de organisatie als gevolg zou kunnen hebben.

Last but not least wordt dit eveneens gekaderd in de overtuigende intentie  om middels economische activiteiten en de betrokkenheid hiervan,  het voortbestaan van het ondertussen te realiseren dan wel gerealiseerd familiaal bedrijf en vermogen als normaal te kunnen blijven behartigen, losgekoppeld van de feitelijkheid van eventualiteiten die zich kunnen en zullen kunnen voordoen, zo verwachte als onverwachte.   Alleen op die manier zal er goedkeurend vastgesteld kunnen worden dat de organisatie-intentie ook de veronderstelde aandacht voor de langere termijn heeft geïncorporeerd, waarbij in dat geval uit te werken plannen nog steeds onverkort zullen kunnen worden uitgevoerd, zonder dat het invullen van die plannen de normale werking en instandhouding van exploitatieactiviteiten zou kunnen verhinderen.

Dit standpunt zal in de organisatie een parallelle invulling kennen door voor het beheer een apart orgaan in te schakelen, waarbij deskundigheid en praktische know how gebundeld worden in dienst van correct voeren van zaakvoerderschap en dienstverlening als in te vullen posities en verantwoordelijkheden tussen, met en voor de diverse ingestelde entiteiten.

Bij wijze van herhalende samenvatting:

  • Professionele betrokkenheid structureren in het volle respect van samenlevings- vermogensrechtelijke positie
  • De betrokkenheid van de partner als gevolg van het vorige punt zodanig organiseren dat die hoewel betrokken in de vermogensconsequentie ervan, op geen enkele manier kan of zal betrokken zijn in de uitvoering van de professionele taken die onder verantwoordelijkheid van de andere vallen
  • De persoonlijke verantwoordelijkheid risico-technisch afbakenen van zowel het vermogensaspect als van het economisch risico-aspect als van het beroepsaspect waarin betrokken
  • De specifieke beroepssituatie en meer bepaald de samenwerkingsvorm ervan absoluut vrijwaren door het onderscheid te maken tussen het bestuursmatig niveau en het uitvoeringsniveau
  • Abstractie maken van de mogelijke vermogensconsequenties die jouw persoonlijke situatie aanbelangen bij mogelijke al dan niet te verwachten negatieve gebeurtenissen in de risico-vennootschap
  • Vehikel waardoor je als koppel kan investeren
  • Oprichten van bijkomende werkvennootschappen is eenvoudiger/goedkoper
  • Afscherming van het risico van de werkvennootschappen
  • Oprichten andere vennootschappen is eenvoudiger/goedkoper
  • Eenvoudig om geld te lenen aan andere vennootschappen
  • Kapitaalsverhoging van een exploitatievennootschap kan eenvoudiger
  • Afschermen van het risico (mogelijke oprichting risicovollere business vb horeca, eventsector)
  • Flexibel kunnen omgaan met vermogen na en/of door een huwelijk
  • Flexibel om derden in het exploitatieproces te kunnen inschakelen
  • Flexibel om eventuele kinderen in het bedrijfsmatig proces op te nemen
  • Successieplanning: mogelijk zonder dat activiteiten moeten stoppen
Advertenties

Gelukkig Nieuw Jaar 2015

Wij wensen jullie ….

-alle creativiteit om jullie ondernemingsactiviteiten te verbeteren, verder aan te vullen of uit te breiden – ondanks de door de media en vakbonden gecreëerde negatieve sfeer

-alle succes bij het verder nemen van vermogensbeslissingen om de stappen te zetten naar financiële onafhankelijkheid – ondanks de door de media en vakbonden gecreëerde negatieve sfeer

-alle sterkte en intelligentie om te snappen dat vrijheid in denken en doen, weliswaar binnen de wettelijk geregelde afspraken, een basisrecht is van ieder mens, maar van een ondernemer in het bijzonder – ondanks de door de media en vakbonden georganiseerde negatieve sfeer

-alle gezond voorbehoud bij de welig tierende clichés en sfeermakerij aangaande vermogensbelastingen, vermogenswinstbelastingen en welke andere dan ook – ondanks de door de media en vakbonden georganiseerde negatieve sfeer

-alle nodige geduld tot eventuele nieuwe interpretaties van de bevoegde overheden bekend zullen zijn aangaande de mogelijke wijzigingen in ons belastingsysteem, dat voor alle duidelijkheid best en dringend aangepast kan worden – ondanks de door de media en vakbonden georganiseerde negatieve sfeer

En een goede optimale gezondheid om van daaruit de nodige ondernemerslust te consumeren en evenzeer te kunnen genieten van alles wat dit voor jullie zelf, jullie dierbaren en wie dan ook kan voortbrengen – ondanks de door de media en vakbonden georganiseerde negatieve sfeer

Opmerkelijk waarachtig belangrijke uitspraken van Abraham Lincoln, tijdloos juist.

U zal de zwakken niet sterken door de sterken te verzwakken.
U zal diegenen die in hun levensonderhoud  moeten voorzien niet helpen door degenen die hen betalen te ruïneren.
U zult geen broederschappen scheppen door klassehaat te stimuleren.
U zult de armen niet helpen door de rijken te vernietigen.
U zal in moeilijkheden raken als u meer uitgeeft dan u verdient.
U kunt mensen nooit op lange termijn helpen als u voor hen doet wat ze zelf kunnen doen.