De inhoud van een voordracht – vermaarde inleidingsspeech MoneySchool

Deze tekst is de weergave van de inleidingsspeech die ik telkens bezigde om de vele driedaagse seminaries ‘Vermogen opbouwen’ van MoneySchool in te leiden. De deelnemers werden hiermee onmiddellijk op het juiste spoor gezet qua inschatting van de financiële wereld en voelden zich direct begrepen en aangesproken in hun eigen interpretatie van de materie.  De toon werd daarmee gezet, het begin gemaakt. Oh ja: in hun werkbundel werd  verklaring gegeven van enkele specifieke  bewoordingen.

De inhoud van een voordracht bepaalt maar voor 3% de overtuigingskracht. De overige 97% zijn randfactoren.

Maar eenieder bij wie niet het tegendeel van grondigheid de meest op de voorgrond tredende karaktertrek is, weze een meer dan welgekomen toehoorder.

Laat hem of haar wars zijn van de treurige verpauperende tekenen van oppervlakkigheid die het hedendaagse maniëristisch denken aankleven en bij wijze van vergasting genieten van deze zich schier preliminair verwerkelijkende persiflage ook al wordt deze geprangd in een gecontesteerd burleske.

We zullen u evenwel niet onderdompelen in een geserreerd kakofonisch illustrum en houden ook geen gedirigeerd gekrakeel, want wij wensen na onze met sprezzatura gebrachte kamishibai de aula te kunnen verlaten zonder bevuild blazoen.

Daarom nodig ik u uit om u te laten meeslepen in de wondere wereld van de financiële dienstverlening, waarbij wij u voor alle duidelijkheid voldoende realiteitszin zullen bijbrengen, zodat u na onze voordracht tot de welgevallige vaststelling zult kunnen gekomen zijn dat vandaag zich reeds een cesuur in de verwerkelijking van uw toekomstige kennis, beste toehoorders, in deze aula heeft afgespeeld, goed wetende dat iedere vorm van solipsisme hierbij uitgesloten is.

En om alle paralipsis  tegen te gaan, vullen we deze inleiding parmant aan met de enigmatische waarschuwing dat het door het narcistisch canaille in de financiële wereld als verschalkt perpetuum mobile schmierend gehanteerd sofisme onvoorwaardelijk zal leiden tot het zoals blijkt logisch gevolg van het welig tierend  ongelimiteerd paralogisme nl. het ineenstorten van het eigen sacrosanct systeem.

Dat u door de gewraakte perfide houding van deze exorbitante geld vergarende bancair demagogische  trawanten met hun derivaten in  een geBELGde larmoyantie terecht komt die haar voorgaande niet kent, leidt daarbij tot een defaitisme dat we niet kunnen, mogen en zullen aanvaarden.

Wij hebben dan ook een virulent libretto samengesteld – u vindt dat voor u – waarmee we de meritocratische koketterie van deze delire nulliteiten en hun geborneerde secondanten met gepaste dramaturgie zullen railleren.

U kan dit beschouwen als een burleske vendetta van uw dienaar van dienst, die zich met deze boutade het predicaat van gargouille van het bastion van de  financiën toe-eigent, zoals Don Quichot zijn Dulcinea .

Laat dit de lakmoesproef zijn voor u allen, teneinde het mysterie van deze reprimande te kunnen ontrafelen, met de uitsluitende aperte bedoeling u in de mogelijkheid te brengen alle inzichten te verschaffen in de wereld van de onafhankelijke financiële advisering.

Hierbij zal u tijdens onze vitriole tussenkomst als madrigale carambole  geen biljartballen zien vliegen maar voorwaar en welzeker de subversieve silver bullets die we gegarandeerd weten te activeren tijdens uw latente edoch flagrant gemitigeerde transitie naar financiële onafhankelijkheid.

Veel plezier !

Peter Verbeeck
Vermogenscoach
Retoricus
Lector MoneySchool

DSC_2802[1]

Advertenties

Financiële crisis – domme bankbedienden – commerciële jacht – kapitaalgarantieproduct

Ik geloof niet dat we de oplossing voor de financiële crisis met haar huidige problemen uitsluitend moeten zoeken in de kennis van de productie en afname, omdat deze kennis over het algemeen altijd te laat komt.

Toch blijkt in de wereld het kwaad niet in de buitensporige productie te schuilen, maar in het ontbrekende inzicht en niet alleen – zoals nu wordt aangenomen – bij de particuliere afnemer, maar daarentegen en des te meer bij de niets vermoedende bankbediende, die door de rationalisering uit het productieproces is gestoten.

Hoe treurig is de verbijsterende vaststelling dat in gerenommeerde kranten en tijdschriften schromelijk helder gepubliceerd wordt dat 99 % van de bankbedienden ‘’fluitend producten verkoopt die het zelf niet snapt’’ (sic) en altijd standpunt neemt voor haar opdracht gevende broodheer die wekelijks tot dagelijks bepaalt welke producten moeten worden voorgesteld.  Dat dit theatraal tegen de belangen van de individuele klant indruist behoeft geen betoog, en weten ze met ongekende geëvenaardheid subtiel te omzeilen dankzij de veelvuldige doorgedreven commerciële trainingen die ze van de meest bekwame specialisten ter zake met dit specifiek doel telkens opnieuw ontvangen.  Des te erger wordt het wanneer de gespecialiseerde vakbladen, ook de technische, dit aandikken met de neergeschreven vaststellingen dat precies de producten waar het meest naar gevraagd wordt, met name deze met kapitaalbescherming, het minst begrepen zijn door haar verkopende bankbedienden.

Zij die roepen dat opvoeding in financiële zaken deze vastgestelde praktijken zullen indijken, moeten we teleurgesteld erop wijzen dat alle opleiding van de consument wijkt onder de commerciële druk van de bankkantoren, die daarenboven hun misplaatste autoriteit op de meest hautaine manier in stand blijven houden en het predicaat van zichzelf toegeëigend label van financieel specialist wansmakelijk misbruiken.

De consument blijft overgeleverd als loslopend wild in de financiële jungle waar de horde hoog commercieel opgeleide jagers vanuit meer dan ooit bloeddorstige wellust gedreven bonusdrang staan te wachten om de sirenezang van het topmanagement te beantwoorden.  Zij immers moeten hun kapitaalreserves onder dwang van ondertussen ontwikkelde regelgeving weten op te drijven, en dit te spijzen uit nog meer dan ooit te behalen winsten.

Is hier sedert het uitbreken van de bankencrisis in oktober 2008 iets aan veranderd dacht u? De consument verdient in alle geval beter advies! http://bit.ly/18HRv1M

SCHAADT BANKENCATASTROFE FINANCIËLE ONAFHANKELIJKHEID?

Wanneer men de schade wil opnemen die de grote bankencatastrofe aan de ontwikkeling van financiële onafhankelijkheid heeft berokkend, moet men bedenken dat een permanente geldstroom een zeldzame plant is die alleen maar op weinig plaatsen en onder strikte voorwaarden kan groeien, maar geenszins rechtstreeks getroffen werd. Voor het gedijen van dit plantje is ten eerste een bepaalde informatiescholing nodig, die een zeker percentage van de bevolking in de mogelijkheid brengt om aan zaken te werken die niet tot de eerste levensbehoeften behoren. Bovendien is hiervoor naast een correcte morele houding ook een discipline nodig die de totstandkoming en prestaties hiertoe weet te waarderen, waarmee de verstrekker van die mogelijkheden het bestaan van de overlevingskans van het plantje mogelijk maakt.  Resultaat krijgt men niet alleen door het verzamelen van informatie, maar door veranderingen teweeg te brengen en dit toe te staan.  Hiermee worden nieuwe comfortzones gecreëerd, en dankzij vorming en coaching worden dit nieuwe gewoontes zonder hierbij op enigerlei manier gebruuskeerd te zijn.

Doel van deze inspanning is de succeservaring ter voldoening van kwaliteit van leven, wat op zich de voortbrenger is van de emotionele ervaring die juist zorgt voor de verhoopte kwaliteit.

Medemenselijkheid is gratis, economische diensten niet.  Dit moet men dan ook niet tegen elkaar opzetten.  Het is daarenboven niet omdat men economisch handelt, dat je niet in ‘medemenselijkheid’ handelt.  Men mag niet alles en iedereen over eenzelfde kam scheren.  Men is in de eerste plaats altijd mens en daarna als mens genesteld in economie.  Het een voor het ander plaatsen heeft met andere woorden ook geen zin. Economische bedrijven kunnen nooit mens zijn, mensen kunnen dat wel. De mensen in de economie kunnen wel basisprincipes uit medemenselijkheid hanteren. Hierbij denken we aan het geven van werk aan andere mensen, aan het creëren  van een woonplaats voor andere mensen die daar zelf niet of slechts uiterst moeilijk toe in staat zijn.

Een ondernemend persoon doet wat hij graag doet. Hij neemt zijn eigen verantwoordelijkheid om eigen keuzes te maken om succes te kunnen hebben. Maar hiertoe vergaart hij kennis!  Hij heeft dominante focus op groei, kansen en mogelijkheden. 20% v d mensen zijn klagers, 60% beïnvloedbaar en 20% winnend. Een ondernemer behoort tot die 20% en vindt bij zichzelf de winnende ‘attitude’.  Hij enthousiasmeert andere mensen en blijf dat doen!  Ondernemen is steeds in verandering zijn, wat nodig is om te groeien. Gestuurd vanuit eigen initiatief en geenszins gestuurd  door de omstandigheden. Flexibel en anticiperend, vooruitlopend, ook al is verandering moeilijk, omdat het comfortabeler is niet te veranderen en we een natuurlijke angst voor verandering hebben.

De realiteit van de onverstoorbaarheid van ongebreideld hebzuchtige banken is dan ook een loutere externe factor, die de weelderige groei van ons zeldzame plantje niet zal beïnvloeden!

Financieel advies: hilarische dualiteit!

Bankier en financieel tussenpersoon, zolang u betaald wordt op hoeveel geld u vergaard hebt en niet afgerekend wordt op basis van de klanten die niet goed bediend werden, is uw ‘adviseringsaanpak’ hilarisch duaal. Consument opgelet: de informatieplicht van de bankier of financieel tussenpersoon is ALTIJD gekoppeld aan het commercieel aanbod en NIET aan het begrip van de klant. Is er daarenboven een grotere ontstentenis dan de vaststelling dat de overheid niet ingrijpt om rijke bedrijven te beletten om arme (en ‘gewone’) mensen slechte dingen aan te doen?!

Door de bankencrisis en de daarop volgende economische crisis is gebleken dat het toevertrouwde ‘heilige goed’ verraden is! Wat kunnen welwillenden doen die niet onderworpen zijn aan emotionele aanvechtingen van het ogenblik om terug te winnen wat er verloren gegaan is? Ook al is er nog te veel opwinding onder het merendeel van de arbeiders van de geest van vermogen! Ook al zijn er nog de psychologische weerstanden tegen het opnieuw aanvangen met het oprichten van rechtmatige standaarden door de meerderheid van specialisten die vervuld zijn van hogere inzichten en gevoelens.

Overal zijn de uitspraken van de officiële zijde erger dan de overtuiging van het individu: onthoud u, welgezinde, dit dan ook goed, en laat u niet irriteren of misleiden: senatori boni viri, senatus autem bestia ( de senatoren zijn goede mensen maar de senaat is een monster).

Nochtans ben ik door de economische ontwikkeling hoopvol dat deze voor voldoende dwingende druk zal zorgen om het gemiste vertrouwen in het inzicht en de noblesse van de overtuiging van de bankiers te overrulen.

Dixi et salvi animam meam (Ik heb gesproken en mijn ziel gered).

Financiële bankproducten creëren supervaart

Wat de creatieve geest van de mensen de afgelopen tientallen jaren gegeven heeft aan financiële producten heeft de maatschappij behalve een voorgespiegelde welvaart zomaar een financiële ramp opgeleverd. Voornamelijk door het falen van de banken die, hoe je het ook draait of keert,  alleen maar oog hadden voor hun eigen welzijn en financiële supervaart -als superlatieve trap van welvaart- uit het immer aanwezige en door hen zelf gecreëerde zelfzuchtig hebzuchtsysteem. Hoe anders kan je dit noemen.

Is het daarbij niet vreselijk om door je werkgever tot handelingen te worden gedwongen die ieder afzonderlijk bevestigt te verafschuwen? Slechts weinigen hebben de morele kracht gevonden om zich te verzetten.

En zie: even was er hoop.  Het leek er op dat het zou veranderen: sommige leiders gaven schielijk het voorbeeld, maar al snel bleek de diepgewortelde hebzucht zo gewoekerd dat alle notoire pogingen de wandaden in de goede richting te sturen werden weggelobbyd.

Wat nu gebeurt doet ons pas echt het ergste vrezen meer dan ooit! Want nu worden de belangrijkste dragers van die tradities nl. de CEO’s van de financiële instellingen, als het ware verheerlijkt terug in hun posities bevestigd.  Dat geldt dus ook voor alles en iedereen die daarbij betrokken is. Nochtans zal zonder bijsturing gegarandeerd dezelfde hebzucht de drijfveer worden van de herhaling van de eerder vastgestelde te behalen normen weze het dan dat dit pad her en der zal bezaaid zijn met nieuw regeltjes en normen.

Wie kan voorspellen tot welke nieuwe financiële rampen dit alles ongetwijfeld zal leiden?! Als men ziet tot welke schamele resultaten het huidig regelgevingsoverleg geleid heeft, dan wordt het duidelijk dat alle mensen met inzicht in de materie en rechtgeaard besef en verantwoordelijkheidsgevoel er alles aan moeten doen om het publiek als individuele financiële consument van het belang van beperkende regelgeving te overtuigen. Alleen wanneer politici in  hun eigen landen zich gesteund weten en gesterkt worden door de wil tot regelgeving van een overtuigende meerderheid, kunnen zij er in slagen de onverantwoorde verfoeilijkheid aan banden te leggen.  Voor de vorming van deze politieke druk draagt iedereen medeverantwoordelijkheid.

Het slagen van dergelijke nieuwe regels is geen kwestie van slimheid of zelfs sluwheid,  maar van eerlijkheid en vertrouwen.  De plaats van het morele kan niet door het economisch belang worden ingenomen.

In deze tijd is het des te belangrijker dat het individu niet meer alleen maar afwacht en kritiek levert. Men moet zich naar vermogen voor deze zaak inzetten.  De mensheid krijgt het lot dat het verdient.

Laten we hopen dat de oprechte professionals die vervuld zijn van hogere inzichten en gevoelens er in zullen slagen om de psychologische weerstanden te overwinnen, ook al zijn ze in de minderheid.