Gelukkig Nieuw Jaar 2015

Wij wensen jullie ….

-alle creativiteit om jullie ondernemingsactiviteiten te verbeteren, verder aan te vullen of uit te breiden – ondanks de door de media en vakbonden gecreëerde negatieve sfeer

-alle succes bij het verder nemen van vermogensbeslissingen om de stappen te zetten naar financiële onafhankelijkheid – ondanks de door de media en vakbonden gecreëerde negatieve sfeer

-alle sterkte en intelligentie om te snappen dat vrijheid in denken en doen, weliswaar binnen de wettelijk geregelde afspraken, een basisrecht is van ieder mens, maar van een ondernemer in het bijzonder – ondanks de door de media en vakbonden georganiseerde negatieve sfeer

-alle gezond voorbehoud bij de welig tierende clichés en sfeermakerij aangaande vermogensbelastingen, vermogenswinstbelastingen en welke andere dan ook – ondanks de door de media en vakbonden georganiseerde negatieve sfeer

-alle nodige geduld tot eventuele nieuwe interpretaties van de bevoegde overheden bekend zullen zijn aangaande de mogelijke wijzigingen in ons belastingsysteem, dat voor alle duidelijkheid best en dringend aangepast kan worden – ondanks de door de media en vakbonden georganiseerde negatieve sfeer

En een goede optimale gezondheid om van daaruit de nodige ondernemerslust te consumeren en evenzeer te kunnen genieten van alles wat dit voor jullie zelf, jullie dierbaren en wie dan ook kan voortbrengen – ondanks de door de media en vakbonden georganiseerde negatieve sfeer

Advertenties

Democratische politiek voor de bevolking

Van politieke vertegenwoordigers moet uit respect voor de democratische gedachte die haar bestaansreden is, er van uitgegaan worden dat hun activiteiten en afgevaardigde besluiten het meest direct ten goede komen aan de waardevolle bevolking die ze vertegenwoordigen. Dat zijn namelijk de mensen die met hun geleverde prestaties het mogelijk maken in een bloeiende maatschappij op eigen grondgebied te (kunnen) leven. Op die manier zijn al de inwoners een elite van sterke, bewuste en onbaatzuchtige mensen, tenminste daar mogen we de uitzonderingen niet te na gelaten, toch met een objectief correcte bevinding van uitgaan.  Het zijn geen omgeschoolde onbenullen die zich slaafs laten leiden door gelijk wie, maar geschoolde geestelijk actieve vrije mensen, die door hun harde werken in staat zijn een democratische samenleving in stand te houden.

Regeringen komen en gaan, maar de menselijke relaties en het geëngageerd hard werken geven de doorslag in het samenleven van volken.  Daarom moet de politiek het menselijke en waardevolle bevorderen. Alleen op die manier helpt men mee aan de bestrijding van bekrompen nationalistische onderstromen, waaronder de politieke wereld in het algemeen, maar in afgezwakte mate zeker de kleine politieke wereld in België vandaag de dag te lijden heeft.

Politiek nationalisme & samenleving

De grootste vijand voor een volksbewuste samenleving en van haar waardigheid zijn gezapige degeneratie, dat wil zeggen uit welvaart en luxe voortkomende gebrek aan overtuiging, alsmede een soort innerlijke afhankelijkheid van de zich alsmaar meer verwerkelijkende gobaliseringsdrang, die mede voortkomt uit het minder hecht worden van de eigen directe gemeenschapsomgeving. Het beste in de mens kan alleen tot bloei komen in zijn relatie tot anderen. Er heerst bijgevolg een groot moreel gevaar voor de situaties waarbij het eigen volk geen contact heeft met de gast en die als een vreemde wordt gezien. Vaak genoeg leidde een dergelijke situatie al tot arrogantie en treurig egoïsme.  Tegenwoordig staat  ieder Europees land onder druk van Europa zelf, die als het ware contradictorisch als van buitenaf beschouwd wordt.  Maar juist dat dient als heilzaam gezien te worden en zou nog meer moeten gebeuren. Alleen zo zal er een vernieuwing in het sociale leven kunnen optreden, waar men enkele generaties terug niet van had durven dromen. Door het gerevitaliseerde ‘Europagevoel’ en onder leiding van bekwame, toegewijde en behoedzame leiders heeft de Europese solidariteit, die soms onoverwinnelijke problemen lijkt op te leveren, reeds tot aanzienlijke resultaten geleid, waardoor niet aan een blijvend succes moet getwijfeld worden.  En de waarde van deze Europese ontwikkeling voor de democratische processen overal in de wereld is groot.  Europa zal nog meer referentie worden voor multiculturele samenleving, toevluchtsoord voor bedreigden, werkterrein voor de besten, een verenigend ideaal en een middel voor innerlijk herstel van de individuele leden van deze multiculturele samenleving.

KAPITALISME ALS REALITEITSBELEVING VAN LIBERALISME EN DE ROL VAN DE STAAT

Het kapitalisme heeft als realiteitsbeleving van liberalisme haar zwakte aangetoond op psychologisch vlak, respectievelijk de verwaarlozing ervan.  Het is geen toeval dat het kapitalisme niet alleen een vooruitgang van de productie heeft opgeleverd, maar dat we er ook bepaalde inzichten aan te danken hebben.  Egoïsme en rivaliteit zijn (helaas!) sterkere drijfveren dan gemeenschapszin en plichtsbesef.

Misschien ben ik al te pessimistisch wat de initiatieven van de staat en andere gemeenschappen betreft, maar ik verwacht er weinig goeds van.

Bureaucratie is dodelijk voor alles wat men produceert.

Bij voorkeur is de rol van de staat te beschouwen als een beperkende en regulerende factor, die uitsluitend in die hoedanigheid bevorderlijk kan zijn voor het economisch proces.  De staat moet ervoor zorgen dat de concurrentie binnen gezonde marges blijft.  Door zijn regelgevende functie kan de staat een doorslaggevende rol spelen, wanneer haar maatregelen door onafhankelijke deskundigen volgens zakelijke principes worden voorbereid.

Sinds de ontwikkeling van de mogelijkheden van gespecialiseerde producten op gang kwam, vinden individuele mannen met een leidende positie steeds minder de kracht om hun kennis en kunde ter beschikking te stellen aan de internationale gemeenschap in diens belang.  Daartoe zijn niet alleen energie, inzicht en op prestatie gebaseerd aanzien vereist, maar ook de in deze tijd schaars geworden onafhankelijkheid van alles opslorpende financiële instellingen en toewijding aan gemeenschappelijke doelen.  De maatschappij in  het algemeen  en haar financiële instellingen in het bijzonder hebben behoefte aan leiders die deze eigenschappen op zo een volmaakt mogelijke manier in zich verenigen!

Zelfstandige en eigenzinnige persoonlijkheden, zoals we die meestal aantreffen in deze middens, buigen niet graag voor de wil van een ander, en laten zich meestal met tegenzin leiden.

Nochtans is er behoefte aan vriendelijke samenwerking, ook al hebben deze lieden nog zo uiteenlopende doelen, inzichten en belangen.  Weerbarstigheid zou moeten ontwapend worden door zich geheel in dienste van het maatschappelijk belang te stellen en daarbij geheel en al vervuld te zijn van de behoefte aan die overgave.  De inspanningen zouden zich door de vruchtbare en vriendschappelijke samenwerking, veeleer dan door mensen en dingen snel te begrijpen en magistrale taalbeheersing, laten uitmonden in een verbetering van de economische en vermogenstoestand van de maatschappij en haar samenstellende leden.  Ook al zal men zich als buitenstaander moeilijk kunnen voorstellen hoe moeilijk een dergelijke onderneming is: immers, de verbittering die sedert maart 2000 ingetreden is en zich in herhaling in 2008 en 2010 manifesteert, blijft nawerken en vele invloedrijke mensen houden vast aan een klaarblijkelijk onverbeterbare maar zeker onverzoenbare houding waartoe ze zich onder druk van de situatie hebben laten overhalen.

In die zin lijkt de poging tot verbetering en verandering op die van een dokter die een tegenstribbelende patiënt moet behandelen, die de ten bate van zijn genezing met zorg bereide geneesmiddelen niet tot zich wil nemen.  Maar als de gekozen weg de juiste is hoeft men zich niet te laten afschrikken, hoeft men er niet voor te vrezen dat een gezette stap niet in dank zal afgenomen worden en het doel van het herstellen van de verontwaardigde toestand boven de individuele ervaring zal begrepen worden.  Alleen door volgehouden tactvolle inspanningen, waarbij men zich enkel en alleen laat leiden door het belang van de goede zaak, bestaat de gefundeerde hoop dat de obstakels snel uit de weg geruimd zullen zijn.

Behoefte aan nieuwe internationale financiële samenwerking.

Mogelijk is er behoefte aan een nieuwe internationale financiële samenwerking die met de energieke steun van reeds bestaande intituten en instellingen een bemiddelende functie moet uitoefenen op het gebied van de intellectuele financiële arbeid tussen verschillende cultuurgebieden en regio’s.

In die samenwerking zal de samenstelling ervan uit intelligente menslievende en eenvoudige persoonlijkheden een weldadige invloed uitoefenen op het bewandelen van het juiste pad, niet om te heersen, maar om te dienen.

Door de ervaring van de financiële mislukkingen van 2000, 2008 en 2010 moet opvoeding in maatschappelijk besef meer dan ooit leiden tot het objectieve,  en voor al de gevallen waarbij geldelijke middelen ter beschikking worden gesteld het persoonlijke definitief tot taboe laten verworden, waartegen een sterveling slechts bij hoge uitzondering mag zondigen.

Wat een aanzet tot bevrijding, op weg naar het objectieve!

Naar ideeën van Einstein over productie en arbeid.

Hopeloze warboel van oordelen over de beangstigende economische en financiële problemen

Een vaststelling over de beangstigende economische problemen van deze tijd, is wel de hopeloze warboel van oordelen van deskundigen.

Wat hier gezegd wordt is niet nieuw en pretendeert niet meer te zijn dan een onafhankelijke en eerlijke overtuiging. Vrij van tot de club van geldvergarende adviseurs behorende vooroordelen, wens ik niets anders dan het promoten van individuele welstand in de context van een zo harmonieus mogelijke vormgeving van het menselijk bestaan.

Wanneer u mij bezig hoort alsof ik overtuigd zou zijn de waarheid te spreken, dan is dat slechts omwille van de verstaanbaarheid. Het is beslist geen uiting van ongegrond zelfvertrouwen in de onfeilbaarheid van mijn eenvoudige bewoordingen over zaken die in werkelijkheid ongelooflijk ingewikkeld zijn.
Ik wil u niet vermoeien met een opsomming van argumenten die naar mijn mening allemaal niet de kern van de zaak raken. Voor mij staat immers vast dat “technische vooruitgang” in de financiële mogelijkheden, die eigenlijk voorbestemd was om de mensen van een groot deel van de voor hun onafhankelijkheid noodzakelijke arbeids- of werklast te bevrijden of op zijn minst toch te verlichten, ook de hoofdzaak van de huidige ellende is.  Daarom ook zijn er critici die in alle ernst de invoering van nieuwe technische verbeteringen willen verbieden, en hiertoe zelfs een moratorium in het leven geroepen hebben.  Dat is natuurlijk ONZIN!

Maar hoe kan er op een verstandige manier een oplossing voor dit dilemma gevonden worden?

De logisch gezien eenvoudigste maar tevens ook riskantste manier om dit te bereiken is de volledige onafhankelijke persoonlijke financiële planning, waarbij de productie en distributie van de belangrijkste financiële producten in handen van het controleorgaan van de gemeenschap zijn.  Dat is tenminste wat men in Europa maar ook in België betracht.  Maar neigt een dergelijk star en gecentraliseerd gepland systeem niet tot afsluiting van positieve vernieuwingen en protectionisme zoals nu reeds blijkt? Men moet er zich echter wel voor hoeden, dergelijke bedenkingen te laten verworden tot vooroordelen, die de vorming van een objectief oordeel in de weg staan.

Ik geloof persoonlijk dat in het algemeen die methoden de voorkeur genieten, waarbij de tradities en gewoontes worden gerespecteerd voor zover het doel dat men voor ogen heeft dat toelaat.   Ook ben ik er van overtuigd dat een volledige overname en/of regulering door de staat niet gunstig is.  Het particuliere initiatief moet zijn werkterrein behouden, in zoverre dat het door kartelvorming niet door de economie zelf is uitgeschakeld.  In ieder geval zijn in bepaalde opzichten beperkingen van de vrije financiële economie noodzakelijk.  Door wettelijke maatregelen dient de ongebreidelde bonuscultuur zo te worden gedevieerd, dat deze boni aan de opbrengsten voor de klanten worden gerelateerd of rechtstreeks met de klanten worden gedeeld.  Bovendien moet er door vaststelling van “wettelijke” kapitaalbescherming voor gezorgd worden dat in tijden zoals in het verleden, waarbij een klant desastreuze verliezen kon lijden, maar de top desalniettemin grote bonussen kon opstrijken, deze door exuberantie optredende disharmonie in het nadeel van de klant, een poging wordt om in diens voordeel een neutralisatie te kunnen betrachten.

Verder zou bij een monopolypositie altijd en per definitie vanaf het zich manifesteren ervan, de producten en kosten door de staat gecontroleerd moeten worden.  Dit om exclusiviteit in risico-ontwikkeling en het daar automatisch aan gekoppelde verdienmodel binnen bepaalde grenzen te houden en te verhinderen dat er een kunstmatige beperking van productie en consumptie plaats vindt.  Op deze manier zou het misschien mogelijk zijn het evenwicht tussen productie en afname van financiële producten te bewerkstelligen, zonder al te grote beperking van het vrije initiatief.  En tegelijkertijd zou ze de onverdraaglijke macht die de bezitters van het economisch productiemiddel bij uitstek (geld!) over haar klanten heeft, verregaand weggenomen kunnen worden.

Deze commentaar refereert naar de visie van Albert Einstein op de opkomende wereldcrisis in 1929.

Opmerkelijk waarachtig belangrijke uitspraken van Abraham Lincoln, tijdloos juist.

U zal de zwakken niet sterken door de sterken te verzwakken.
U zal diegenen die in hun levensonderhoud  moeten voorzien niet helpen door degenen die hen betalen te ruïneren.
U zult geen broederschappen scheppen door klassehaat te stimuleren.
U zult de armen niet helpen door de rijken te vernietigen.
U zal in moeilijkheden raken als u meer uitgeeft dan u verdient.
U kunt mensen nooit op lange termijn helpen als u voor hen doet wat ze zelf kunnen doen.